Skip to main content

God vereren met je ziekte

Geschreven op 19 januari 2024

Laatst was ik bij iemand op bezoek die al een hele tijd ziek is. En we hadden het erover dat het niet meevalt om zo beperkt te zijn. Dat je wellicht allerlei dromen hebt over wat je zou willen, maar dat je fysieke gezondheid het gewoon niet toestaat om je dromen na te jagen. 

De ellende van ziekte is dat het je lichamelijk, maar daardoor ook vaak geestelijk, beperkt in je mogelijkheden. Je kunt niet (of niet zo lang) wat je wilt. Ziek zijn is voor ons westerlingen problematisch, juist omdat het ons confronteert met de illusie van de maakbaarheid van het leven. Gezondheid zien we al snel als het grootste goed, omdat gezondheid vaak de basisvoorwaarde is om te kunnen doen wat je wilt. Ergens in datzelfde gesprek liet die man zich ontvallen dat hij nu hij ziek was niet langer tot eer van God leefde. Ik schrok daarvan. Blijkbaar is die gedachte dat gezondheid voorwaarde is om optimaal te functioneren, ook al doorgedrongen tot onze beleving van ons leven voor God. Is dat zo dat we in ons ziek-zijn niet langer tot eer van God kunnen leven? Is het waar dat we pas dan God aanbidden in ons leven als we actief zijn en ons nuttig maken voor anderen? Hoe langer ik erover nadenk, hoe meer ik ontdek dat dat niet waar is. In de Bijbel kom ik allerlei mensen tegen die juist in hun ziek-zijn God verheerlijken. 

In je ziek-zijn God verheerlijken

Wat dacht je van de blindgeborene in Johannes 9. Ook de leerlingen van Jezus denken vrij eendimensionaal: ziekte zal wel het gevolg zijn van zijn eigen zonde of van die van zijn ouders. Maar Jezus maakt duidelijk dat zijn ziek-zijn nodig is om Gods werk door hem zichtbaar te maken. Al die jaren heeft deze man blind moeten rondschuifelen om dit ene moment mee te maken dat hij genezen wordt en daarvan mag gaan getuigen.
Of wat dacht je van die verlamde man die zijn vrienden naar Jezus ‘brengt’ (Marcus 2)? Zijn vrienden dragen hem op zijn matrasje naar Jezus toe zodat hij genezen kan worden. Maar in het gesprek dat dan ontstaat, kunnen ze ontdekken dat niet alleen deze verlamde man genezing nodig heeft. Ook zijzelf hebben een probleem. Een probleem dat veel dieper gaat. Het probleem van vervreemding van God: ‘Mijn kind, uw zonden zijn u vergeven’ (Marcus 2:5). Door zijn verlamming komen zijn vrienden in beweging naar Jezus toe. Ziek zijn kan onszelf, maar ook de mensen om ons heen, gevoelig maken voor dieper leed.

Ziek zijn is niet doelloos aan de kant staan. Ziek zijn is niet alleen maar onnuttig zijn, ook voor God. Ook in ons ziek-zijn zitten voor God genoeg mogelijkheden om ons te laten leven tot zijn eer. Alleen dan moeten we wel afscheid nemen van maakbaarheid en modern efficiëntie-denken. Natuurlijk kun je teleurgesteld zijn over alles wat niet (meer) kan als je ziek bent. Maar lukt het ook om te ontdekken wat God ons wil leren in ons ziek-zijn? En durven we er ook op vertrouwen dat we in ons ziek-zijn op nooit gedachte manieren tot eer van God leven? Minder actief wellicht. Minder zelfbewust. Maar niet minder indrukwekkend.