Skip to main content

Opkomst of afgang

Geschreven op 21 maart 2024

Langzamerhand komen we steeds dichter bij Pasen. Het lijden van de Here Jezus vindt zijn climax in Jeruzalem. Of beter, op die heuvel een eindje buiten de stad. Buiten de poort. Maar voor het zover is, is er eerst het feestelijke onthaal van Jezus. 

Enthousiast zwaaiend met palmtakken in hun hand staan de mensen langs de kant van de weg als Jezus daar op een ezeltje voorbijkomt. Hij wordt de stad in begeleid. Nu nog met palmtakken en juichende kreten. Straks wordt hij de stad weer uitgejaagd met een bloedende rug waarop een kruisbalk zwaar drukt. Omringd door sarrende en plagende mensen. Wat een contrast. De binnenkomst van Jezus in Jeruzalem en zijn vertrek uit de stad een paar dagen later. Je zou denken dat Jezus te ambitieus op zijn ezeltje Jeruzalem binnen komt rijden. Een poging om de macht te grijpen? De nieuwe koning die orde op zaken komt stellen in de stad en het land? Maar die uitgejouwd en uitgefloten de stad weer verlaat, met de staart tussen de benen? Zoiets? Je zou het haast denken als je er oppervlakkig naar kijkt. De opgang naar Jeruzalem is zo anders dan de neergang uit Jeruzalem vandaan. Of is het toch één beweging die door de omstanders niet als zodanig herkend wordt? Is Jezus ook bij zijn vertrek uit de stad nog steeds de koning, maar dan op een manier die niet meer begrepen wordt?

Het wonderlijke van Jezus’ binnenkomst in Jeruzalem is dat het van meet af aan gericht is op het altaar om te offeren. Het offerlam is alleen ongedacht en ongekend. Het is de koning zelf, de Zoon van God die zich laat slachtofferen. De koning blijkt een lam te zijn. De koning die optrekt naar Jeruzalem, verlaat de stad om die definitief te bevrijden.

<i>Gezegend wie komt in de naam van de HEER.
Wij zegenen u vanuit het huis van de HEER.
De HEER is God, Hij heeft ons licht gebracht.
Vier feest en ga met groene twijgen
tot aan de hoorns van het altaar.</i>
(Psalm 118:26-27)