• Samenleven in en door de liefde van Jezus

    Samenleven in en door de liefde van Jezus

28 juli 2022

Heb je dat ook wel eens, dat gevoel alsof je er alleen voor staat? Dat je het maar moet zien te rooien. In je geloof, in je leven met de Heer. Of misschien ervaar je het weleens dat jij alleen de kar moet trekken. Dat jij altijd het initiatief moet nemen. Als jij het niet doet dan komt er niets van terecht. Of misschien heb je het gevoel dat jij altijd op die ander moet afstappen. Er is niemand die nu eens naar jou toekomt. Of erger er komt nooit iemand naar jou toe. Je voelt je verloren en dat in Gods huisgezin. Hoe moeten we daar mee omgaan? Wat kunnen we daaraan doen? Laten we daar eens over nadenken in dit wandelgesprek.

1 KORINTIËRS 12 : 12 T/M 27

ALLEEN
Wat kan je jezelf alleen voelen in de kerk. Ja, juist in de kerk. En daar zijn twee redenen voor. Allereerst voelt een mens zich vooral alleen als hij of zij in gezelschap van anderen is. Dan is het contrast van hen, die met elkaar samen zijn en van jou die alleen bent, extra groot. Een zwarte punt valt pas echt goed op tegen een witte achtergrond. En ten tweede je voelt je alleen op een plek waar dat juist niet zo zou moeten zijn, de kerk. In het huisgezin van God zou niemand zich alleen moeten voelen. Nu kan je daar natuurlijk als kerklid makkelijk overheen stappen, zo van; ‘nou dan moet hij of zij er wat meer moeite voor doen om er bij te horen’. Maar, lieve mensen, zo hoort het niet te zijn. Bovendien gaat men er dan aan voorbij dat er mensen zijn, die grote moeiten hebben alleen te staan. En even veel moeite ervaren om contacten te leggen. Iets in hen kan of durft de drempel niet over. Het zou dan onbarmhartig zijn om ze maar aan hun lot over te laten. Echter aan de andere kant moet de belangstelling voor die ander ook oprecht zijn. Want onoprechtheid stoot ook af. Wat nog veel erger is, is wanneer we die broer of zus bewust links laten liggen. Paulus duidt daarop als hij het heeft over de zwakke delen van ons lichaam. Kijk, en daarom hoort het niet om deze broers en zussen met onverschillige hardheid te benaderen. Paulus schrijft daar over; “Integendeel, juist die delen van het lichaam die het zwakst lijken zijn het meest noodzakelijk. De delen van ons lichaam waarvoor we ons schamen en die we liever bedekken, behandelen we zorgvuldig en met meer respect, dan die waarvoor we ons niet schamen”, vers 22 – 24a. De strekking van dit gedeelte is volgens mij, dat juist in onze omgang met hen die we eigenlijk niet zien staan, die we een beetje apart vinden, waar we moeilijk contact mee krijgen, de lakmoesproef van onze christen-zijn is. Hoe gaan we met hen om? Doen we er alles aan om ze erbij te betrekken? Zijn we bereid om één mijl verder te gaan dan nodig zou moeten zijn om hen erbij te betrekken en hen erbij te houden? Vooral dat laatste lijkt nogal eens een probleem. We tuigen wat op om hen erbij te betrekken, maar na een tijdje denken we dat dit genoeg moet zijn. Maar dat blijkt meestal niet zo. En de betrokken broer of zus zakt weer weg in zijn of haar eenzaamheid. In het bovenstaande vers komt het woord ‘noodzakelijk’ voor, waar duidt dat op? Juist aan deze broers en zussen kunnen wij onze christelijke naastenliefde, onze broederlijke / zusterlijke aanhankelijkheid kwijt. God heeft hen op onze weg geplaatst, zodat we ons christen-zijn in de praktijk kunnen brengen. Het elkaar tot een hand en een voet zijn is een goddelijke opdracht. Ze zijn noodzakelijk om ons aan het lichaam te herinneren. Waarom? Opdat we het lichaam onderscheiden. We ervoor zorgen dat we een goede kijk op het Lichaam, de gemeente hebben. Dat is van belang voor onze Avondmaalsvieringen. ( zie GK pagina 753 onder: Gemeenschap).

SAMEN
Want ik heb niet voor niets de bovenstaande Bijbeltekst gekozen. We zijn samen één lichaam. Dat is een mooi beeld van de gemeente van de Here Jezus Christus. Maar het probleem met beelden is dat je ze in een kast kunt zetten en er zo af en toe eens naar kijkt. Op den duur wordt het zo gewoon dat de schoonheid van dat beeld je niet meer opvalt. Zo gebeurt het soms ook met geestelijke beelden. We zetten ze, om zo te zeggen, in onze geestelijke beeldenkast en ons valt de schoonheid op den duur niet meer op. Maar dat is jammer, omdat het hier niet alleen een beeld, maar ook een program is. Een handreiking om als christelijke gemeente samen te leven. En daar komt nog bij dat het niet zomaar een lichaam is, maar het lichaam van Christus. “Welnu, u bent het lichaam van Christus en ieder van u maakt daar deel van uit”, vers 27. Dat is dat lichaam, wat we moeten onderscheiden, waartoe het Avondmaalsformulier ons oproept. Je maakt daar deel van uit. Sterker misschien, je hebt er deel aan. Je kunt je er niet los van zien. Wanneer je je afzijdig houdt dan is het alsof je een geamputeerde arm of been bent. Je was onderdeel van het lichaam, maar je hebt je ervan afgescheiden. En geamputeerde lichaamsdelen daar zit op den duur geen leven meer in. We zijn het lichaam van Christus. En een lichaam waar leven in zit gebruikt alle onderdelen; ogen, oren, de neus, de mond, armen, benen, de handen en voeten. Alle delen van het lichaam. Wanneer je een lichaamsdeel niet gebruikt, maak je jezelf gehandicapt als lichaam. Dan leg je jezelf onnodig beperkingen op. En dan kan Gods werk niet volledig tot wasdom komen in het lichaam. Een kenmerk van het lichaam is ook de verscheidenheid van de delen. Dat is een rijkdom, daar wijst Paulus ook op. Hij zegt; “Maar God heeft juist alle lichaamsdelen hun eigen plaats gegeven, precies zoals Hij dat wilde”, vers 18. Dus de veelkleurigheid van de gemeente, de verscheidenheid van de delen is geen probleem. Nee, zo wil God het. En daar moeten en mogen wij gebruik van maken. Maar vergeet nooit; “Een lichaam is een eenheid die uit vele delen bestaat; ondanks hun veelheid vormen al die delen samen één lichaam”, vers 12. Daarom moeten we als christenen samen optrekken, achter het hoofd Jezus Christus aan. We hebben samen één doel, één weg, één Heer, die voorop gaat.

MET ELKAAR
Maar we moeten niet alleen samen , maar ook met elkaar optrekken. Het is niet allemaal samen achter de Heer aan. Ieder voor zich en God voor ons allen. Nee, we gaan samen de weg met elkaar. Zoals het volk Israël door de woestijn trok, veertig jaar lang. Ze onderhielden relaties met elkaar, ze steunden elkaar en hielpen elkaar, als dat nodig was. Hadden ze dat niet gedaan, dan waren ze nooit in Kanaän aangekomen. Daarom heeft God ons bij elkaar gezet. “God heeft ons lichaam zo samengesteld dat de delen die het nodig hebben ook zorgvuldiger behandeld worden, zodat het lichaam niet zijn samenhang verliest, maar alle delen elkaar met dezelfde zorg omringen”, vers 24b en 25. Zo wordt in Gods Lichaam de liefde bewezen. En wordt het gebod bewaarheid; “dat gij elkaar liefhebt, gelijk Ik u heb liefgehad”. Johannes 15 : 12. Zo krijgt de liefde van Christus in ons gestalte. Een lichaam zonder liefde is een verwaarloosd lichaam. Dat gaat op den duur ten onder. Daarom moeten we elkaar liefhebben, naar elkaar omzien, juist naar hen die het extra nodig hebben. En dat zijn meestal niet onze ‘vriendjes’. Daarom helpen we elkaar en beuren elkaar op. We nemen elkaar mee, sporen elkaar aan, motiveren elkaar en vuren elkaar aan. En we bidden dan; “Help ons samen goed te leven en te doen wat U graag wilt”, Lied 1006 Liedboek. Zo wordt samenleven mogelijk door de liefde van Jezus Christus, met elkaar.
F.L.


Bijbeltekst van de dag